Chemotherapie

Chemotherapie betekent eigenlijk het behandelen van een ziekte met scheikundig bereide stoffen. Stoffen die bij chemotherapie worden gebruikt zijn vaak zeer giftig. Dit betekent dat chemotherapeutische middelen (cytostatica) behalve kwaadaardige cellen ook de gezonde lichaamscellen aantasten.

 

Chemotherapeutische middelen komen via de bloedbaan in het hele lichaam. Daardoor kunnen ze behalve de tumor, ook op eventuele uitzaaiingen op andere plaatsen in het lichaam inwerken.

Tumorcellen hebben de eigenschap zich snel te delen en juist op die celdeling werkt de cytostatica in. Jammer genoeg zijn er in ons lichaam weefsels en organen die ook snel delen: het beenmerg, het slijmvlies (van het hele spijsverteringskanaal), de geslachtsorganen en het haar. Deze organen en weefsels zijn dus ook erg gevoelig voor chemotherapie.


Hoe groot die gevoeligheid is, valt op voorhand moeilijk te zeggen en is individueel verschillend. De laatste jaren zijn er wel betere medicijnen ontwikkeld die deze nevenwerkingen tegengaan. Misselijkheid en braken kunnen met de huidige medicijnen goed tegengegaan worden.

 

De nevenwerkingen worden bij de opname uitgebreid besproken.